Skip to main content
Beertje conversations - April 2019
- Kijk zo, en zo, en daar moeten we rijden en hier moeten we stoppen. En daar moeten we ook stoppen. (pointing his finger arbitratily at a map)
- Papa heb jij mijn tuutje? In jouw zak? Maar in jouw andere zak dan? Maar kijk eens daar?
- One two three four eighty ninety tenty!!
- G: "Wie woont in dat gebouw?"
B: "De koeien."
G: "Wat is dat dan?
B: "Het hotel."
- (we are eating soup)
Mag ik nog ballen? Ik wil nog bollen!!
- We hebben nieuwe baas van de poppen. en er is een grote bad. (random info I get from his day at school).
- Waar komt dat liedje nu vandaan??? (he hears music in the restaurant)
- Mama, waarom was jij hier? (he greets me when I enter the attic where he is playing).
- In deze bos wonen hele hele veel boswachters.
- Ik ga picknickplaats maken (is spreading out a tv blanket on the floor)
- Neeeee ik wil niet naar de konijnen en jullie moeten ook niet naar de konijnen.
- B: "Ik wil zo een eten."
G: "Dat is niet voor kindjes."
B: "Jawel, dat mag van de dikke controleur van het vliegtuig." (pilots still have the highest authority in his world, but apparently they have an important manager)
- Mispoes
- (I am getting things out of the car, next to but not on the bicycle path and Beertje spots a bike about 300 m from me)
Pas op een fiets!!! Mamaaaaa, pas op daar komt een fiets. [bike passes]. Gelukkig ben jij niet kapot gemaakt door de fiets!
- Wow zo cooooollll
- Jan and I are on a trail in the playground
"Neeeee jullie mogen niet daar staan! Dat mag niet van de baas van de speeltuin."
- I tell him that I am not reading another bedtime story anymore after which he starts crying as if I broke his heart and the world falls into pieces. I have great difficulty to calm him down.
G: "Ben je boos op mij?"
B: "Nee ik ben droevig op jou."
- Ooooh kijk nog een tlein.
- Gaan we met de loltlap?
- Maar waar zitten de krokodillen nu? (at a pond in the park)
- De hond wou mij bijna likken. (when someone random with a dog passed us)
- K: "Ik ben de grote broer"
B: "Ik ben ook de grote broer."
G: "Ben je ook een grote broer? Van wie ben jij de grote broer"
B: "Van Kabouter. Ik ben ook de grote broer van Kabouter. De andere Kabouter" (nods with a lot of conviction)
G: "Ah van de Kabouter die vandaag in je klas kwam."
B: "Ja ik ben de grote broer van de andere Kabouter. En die heeft ook een baby"
- Ik heb een pijntje tot aan de vakantie
- Maar waar is de vakantie?? Maar waar is de vakantie?
- Ik wil ook kiezen, ik heb nog nooit gekiesd. Ik wil nog een keer kiezen. IK WIL OOK KIEZUH
- Als ik groot ben dan mag ik ook zo mesjes en vokken en bordjes zoals jullie.
- I walk upstairs in the weekend to wake up Beertje who slept-in. While I approach his door I hear from the other side
B: "Ik ben nog aan het slapeuh!"
G: "Oh ben je nog aan het slapen?"
B: "Jaaaa"
G: "Ok ik zal stilletjes weer naar beneden gaan."
B: "Neee maar dat was een gjapje"
- Als we geslapen hebben, gaan we dan banaan eten?
- oooh ik ruik de banaan al hoor (when he gets up)
- B: "Gisteren was glijbaan kapot."
G: "Wie heeft dat gedaan?"
B: "De boeven."
G: "Wie zei dat?"
B: "De baas van de school."
G: "Mevrouw M.?"
B: "Ja die zei dat de boeven de glijbaan kapot gedaan hebben. Jawel wel waar."
(allow me to be sceptic that she would have said such a thing.)
- Gisteren mogen jullie niet meer hier wonen van die mevrouw.
- (during playing)
K: "en waarom ben jij weer dood?"
B: "Omdat de jager mij doodschiet?"
- In de bus zitten boeven
- Mmmm ik vind dat lekker! Dat is een yoghurtkaasje (indeed, he got to taste a really fresh soft cheese)
- Tiktaktiktak, het is mamapapatijd
Tiktaktiktak, het is boterhammentijd. (pointing to a play watch)
- B: "Ik moet kaka doen. Ik kan niet alleen kaka doen."
G: "Ik zal je helpen op toilet"
B: "Maar wel weggan eh, jij moet weggaan, beloof je dat? " (I put him on the toilet) "Ok nu moet je weggaan".
(that is a first! )
- Ik ben een kip. Een kuikentje. Maar ik kan niet vliegen. Maar mensen kunnen ook niet vliegen eh. Maar vogels wel.
- Ik moet heel hard sporten en turnen en spelen en spelletjes spelen (his plan during the Easter vacation)
- G: "Wat heb je vandaag gedaan op speelplein?"
B: "Pjotjes gelaten."
- B: "Kijk daar zijn strepen" (points to shaded parking spots in front of a garage entrance)
G: "Ja dat heeft de burgemeester beslist . Daar mag je niet parkeren."
B: "Ja dat mag niet van de baas! En anders komt de baas je doodmaken!"
(let's hope he never gets a job at parking law enforcement!)
- Niet vertellen tegen mama (to his brother)
- Ik heb nog niet gedrinkt!
- Ik moet een beetje werken van mijn baas.
Ik moet ook van mezelf werken. Ik moet naar mijn werk gaan.
(in fact he tried to convince us to take him with us to our work)
Comments